facebook  linkedin  twitter

"Bedankt voor je input en je ondersteuning gedurende mijn coachingstraject: ik heb zoveel stappen durven zetten. De basis voor mijn beslissing voelt nu echt stevig."
(individuele coaching - uitgebreid)

'Nieuwe' gezinnen doen het goed!

modernfamilies

 

Hoe is het voor een kind om op te groeien in een ‘nieuw’ gezin, een gezin dat afwijkt van het traditionele vader-moeder-kind(eren)? Prima, stelt onderzoekster Susan Golombok vast, nadat zij al het beschikbare onderzoek bijeen bracht.

Als je alleen kiest voor een kind, wijk je af van de norm. En dat normgezin met een vader, een moeder en hun (biologisch eigen) kinderen wordt toch nog altijd gezien als de beste basis voor een kind. Maar is dat wel terecht?

In Modern families, Parents and children in new family forms heeft Susan Golombok* al het onderzoek naar ouderschap en de ontwikkeling van kinderen in nieuwe gezinsvormen bijeen gebracht. Ze keek naar gezinnen met lesbische moeders en homovaders, gezinnen met één ouder waaronder solomoedergezinnen, gezinnen waar bij de conceptie gebruik gemaakt is van een donor (sperma, eicel, embryo), en gezinnen die aangewezen waren op IVF/ICSI of een draagmoeder.

Eenoudergezinnen en solomoeders: groot verschil

Over de solomoedergezinnen kan ik kort zijn: in hoofdstuk 6 van mijn eigen boek Geen partner, wel een kinderwens heb ik het toen beschikbare onderzoek naar het functioneren van deze gezinnen beschreven. Wat bleek, deze gezinnen functioneren uitstekend. Daar is weinig aan toe te voegen.

Daarbij blijft het wel heel belangrijk het onderscheid te maken tussen de gezinnen van solomoeders (die bewust de keuze gemaakt hebben om alleen voor een kind te gaan zorgen) en eenoudergezinnen die voortkomen uit echtscheiding, of ontstaan na een onbedoelde zwangerschap. Deze groep waarbij het eenouderschap hen is ‘overkomen’, is de meest kwetsbare gebleken van de nieuwe gezinnen.

Juist doordat er nu ook eenoudergezinnen zijn waar er geen sprake is van risicofactoren als conflicten, verlies, stress, financiële en andere problemen, wordt nog eens extra duidelijk dat dít de factoren zijn die ervoor zorgen dat de kinderen het minder goed doen. En niet het simpele feit dat er maar één ouder is.

Natuurlijk experiment

Daarmee bieden nieuwe gezinnen ook een unieke kans, om als een soort ‘natuurlijk experiment’, de invloed van de gezinsstructuur (samenstelling) op de ontwikkeling van kinderen te bestuderen. Factoren die in een traditioneel gezin allemaal tegelijk aanwezig zijn, zijn hier gescheiden.

Wat is bijvoorbeeld de invloed van het aantal ouders, het geslacht of de seksuele geaardheid van de ouders, hoe belangrijk is (het ontbreken van) de genetische band tussen kind en (één van) de ouders?

Allemaal vragen waar onderzoek naar de nieuwe gezinnen helpen een antwoord op te vinden.

Waar het écht om gaat

En wat blijkt: de gezinsstructuur (aantal ouders, geslacht en seksuele geaardheid, genetische verbondenheid en methode van verwekking) speelt geen rol van betekenis voor de ontwikkeling en het welbevinden van kinderen.

Maar wat maakt dat dat het kind in het ene gezin zich beter voelt en ontwikkelt dan het kind in het andere gezin?

Het antwoord op deze vraag is universeel geldig, voor alle gezinnen, traditionele en nieuwe. Het gaat om de kwaliteit van het gezinsleven. En dat heeft te maken met een complex samenspel tussen het psychologisch welzijn van de ouder(s), de ouder-kind relatie, en de psychologische kenmerken van het kind. En met de sociale omgeving waarin het kind opgroeit.

Children are most likely to flourish in families that provide love, security and support, whatever their family structure, and predjudice and discrimination are bad for children, whatever their family structure.

De kracht van nieuwe gezinnen

Onderzoeken laten zien dat de kwaliteit van ouderschap in de nieuwe gezinnen zelfs hoger is dan in traditionele gezinnen. Hoe dat komt? Dit zijn ouders die extreem gemotiveerd zijn voor hetouderschap. Ze hebben er veel moeite voor moeten doen.

Zou het dan ook niet logisch zijn dat de kinderen in deze nieuwe gezinnen het beter doen dan kinderen in traditionele gezinnen? Waarom zien we deze uitkomst niet?

Allereerst omdat daar niet naar gekeken is. Uitgangspunt van veel onderzoek was dat er (meer) problemen zouden zijn. Scorelijsten liepen van ‘geen probleem’ tot ‘extreem veel problemen’. Het andere deel van de schaal, van ‘geen probleem’ tot ‘extreem zorgeloos en blij’ ontbrak.

Verder is uit eerdere studies bekend dat er boven een bepaald niveau van ‘goed ouderschap’ geen extra ‘winst’ te behalen is bij de ontwikkeling van kinderen.

Toch zou het wel interessant zijn om in onderzoek of anderszins de aandacht te richten op de kracht van nieuwe gezinnen, bijvoorbeeld een grotere tolerantie ten aanzien van diversiteit. Met de inzichten uit dit soort onderzoek zouden alle gezinnen hun voordeel kunnen doen, ook de traditionele.

Beperkingen

Toch kent het onderzoek naar nieuwe gezinnen ook zeker nog beperkingen. Zo zijn de aantallen klein, en de gezinnen die participeerden misschien niet altijd representatief voor de hele groep: nieuwe gezinnen waar het iets minder loopt, doen misschien liever niet mee.

Ook is het mogelijk dat respondenten de waarheid net iets rooskleuriger voorspiegelen, omdat ze hun type gezin graag in een positief daglicht willen stellen. Als reactie op vooroordelen, of omdat ze vinden dat ze aan hoge standaarden voor ouderschap (die ze zich zelf gesteld hebben) moeten voldoen: ze hebben tenslotte zoveel moeite gedaan om kinderen te krijgen.

En verder zijn de kinderen in de onderzochte gezinnen nog jong. Hoe zal het ze verder vergaan, in de puberteit en nog later, als volwassenen?

Kanttekeningen en vragen die wat mij betreft uitnodigen tot meer en verder onderzoek. Om zelf van te leren als solomoeder (en bij het begeleiden van single vrouwen met kinderwens) én om de beeldvorming rondom nieuwe gezinnen verder te nuanceren.

Al met al is Modern families een lezenswaardig boek, hoewel het specifiek voor solomoedergezinnen weinig nieuws te bieden heeft.

  

*Susan Golombok is hoogleraar Family research en directeur van het Centre for family research van de universiteit van Cambridge.

 

Susan Golombok / Modern Families. Parents and children in new family forms / Cambridge university press / 2015

Interesse? Het boek is gewoon bij bol.com te bestellen.

Tags: nieuw gezin, solomoeder, onderzoek, Golombok